Het Europees Parlement heeft zich uitgesproken tegen het besluit van de Commissie om genetisch gemodificeerde maïs DP23211 in voedselproducten toe te laten. Het besluit is genomen ondanks bezwaren van comités van lidstaten en wetenschappelijke zorgen over de impact van herbiciden. De regelgeving is van toepassing op voedselproducten die kunnen worden geïmporteerd in de EU-markt maar niet mogen worden geteeld op EU-grondgebied.
Op basis van Verordening (EG) Nr. 1829/2003 betreffende genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders heeft de Commissie Uitvoeringsbesluit (EU) 2024/1826 aangenomen. Het doel is ervoor te zorgen dat genetisch gemodificeerde producten geen nadelige effecten hebben op de menselijke gezondheid, diergezondheid of het milieu, met inachtneming van de wetenschappelijke beoordeling van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA).
Het besluit is in juli 2024 in werking getreden na officiële publicatie. De uitvoering wordt bewaakt door de Commissie samen met bevoegde autoriteiten van lidstaten. Het toezicht omvat regelmatige rapportage en mogelijke controles om naleving van de verordening te waarborgen.
Voedselproducenten en importeurs kunnen deze maïs als grondstof gebruiken. Consumenten moeten een bewuste keuze maken met behulp van etiketteringsinformatie. Boeren moeten rekening houden met mogelijke impact van toegenomen herbicidegebruik op milieu en bodemgezondheid, en zich houden aan beperkingen voor teelt van het ras.
Geen resultaten gevonden