Het Europees Parlement heeft zijn goedkeuring gegeven aan de sluiting van de overeenkomst tussen de Europese Unie en IJsland over de doorgifte van persoonsgegevens uit passagiersdossiers (PNR) ter voorkoming en opsporing van terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit, alsook voor de onderzoeken en vervolgingen ter zake. De aangenomen tekst is een korte wetgevingsresolutie die de overeenkomst goedkeurt en de Voorzitter van het Parlement opdraagt het standpunt van het Parlement over te zenden aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten en van IJsland. Deze goedkeuring was vereist opdat de overeenkomst kon worden gesloten.
De overeenkomst tussen de Europese Unie en IJsland regelt de doorgifte van persoonsgegevens uit passagiersdossiers (PNR) tussen luchtvaartmaatschappijen en de IJslandse autoriteiten, met als doel terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit te voorkomen, op te sporen, te onderzoeken en te vervolgen. De Raad heeft het Europees Parlement om goedkeuring verzocht om deze overeenkomst te sluiten. Zonder deze goedkeuring kan de overeenkomst niet door de Europese Unie worden gesloten.
Goedkeuring van de overeenkomstHet Parlement geeft zijn goedkeuring aan de sluiting van de EU-IJsland-overeenkomst over de doorgifte van persoonsgegevens uit passagiersdossiers (PNR) ter voorkoming en opsporing van terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit, alsook voor de onderzoeken en vervolgingen ter zake.
Toezending van het standpuntDe Voorzitter van het Parlement wordt opgedragen het standpunt van het Parlement over te zenden aan de Raad en de Commissie, alsook aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en van IJsland.
Voorwerp van de overeenkomstDe overeenkomst regelt de doorgifte van PNR-gegevens tussen de Europese Unie en IJsland ter voorkoming, opsporing, onderzoek en vervolging van terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit.
Het Parlement heeft de resolutie aangenomen met 532 stemmen voor, 75 stemmen tegen en 28 onthoudingen, tijdens een elektronische stemming bij hoofdelijke oproeping.
De persoonsgegevens uit passagiersdossiers (PNR) van vluchten tussen de Europese Unie en IJsland kunnen worden doorgegeven aan de IJslandse autoriteiten binnen het kader dat door de overeenkomst is vastgesteld, met het oog op de bestrijding van terrorisme en ernstige criminaliteit. De passagiers van deze vluchten zullen zien dat hun gegevens worden verwerkt volgens de regels die in de overeenkomst zijn vastgelegd. Het Europees Parlement heeft deze overeenkomst goedgekeurd, waardoor deze na de laatste formaliteiten in werking kan treden.
Het Europees Parlement heeft groen licht gegeven voor het EU-IJsland-akkoord over de doorgifte van gegevens uit passagiersdossiers (PNR) met 532 stemmen voor, 75 tegen en 28 onthoudingen. Dit is geen blanco cheque voor massasurveillance: het is een bindend kader dat Reykjavik in staat stelt samen te werken tegen terrorisme en zware criminaliteit, terwijl het duidelijke regels oplegt. Maar de goedkeuring ontslaat ons niet van de plicht te onderzoeken wat dit akkoord de luchtvaartmaatschappijen en de passagiers werkelijk kost, en wat het had kunnen zijn als de logica van subsidiariteit had gezegevierd.
Het PNR-akkoord met IJsland is geen bureaucratische gril: het stelt de IJslandse autoriteiten in staat toegang te krijgen tot passagiersgegevens om terroristen en zware criminelen op te sporen. Zonder dit akkoord zou IJsland een gat worden in het Europese veiligheidsnet, een toegangspunt voor wie aan surveillance wil ontsnappen. Het Parlement had dus gelijk om goed te keuren. Maar let op: goedkeuring betekent niet dat de tekst perfect is. PNR-gegevens zijn een krachtig instrument, en zoals elk krachtig instrument kunnen ze verkeerd worden gebruikt. Het akkoord moet solide waarborgen bevatten, en het Parlement moet waakzaam blijven over de toepassing ervan.
Wat ontbreekt, is een expliciete kosten-batenanalyse. Luchtvaartmaatschappijen zullen hun systemen moeten aanpassen om deze gegevens door te geven, wat een niet te verwaarlozen kost betekent, in het bijzonder voor kleine maatschappijen. Die kost zal worden doorgerekend aan de passagiers, in de vorm van duurdere tickets of beperktere dienstverlening. Het Parlement had een effectstudie moeten eisen alvorens goed te keuren, om zeker te zijn dat de veiligheidsbaten deze kosten rechtvaardigen. Een benadering op basis van subsidiariteit zou erin hebben bestaan de lidstaten bilaterale akkoorden met IJsland te laten onderhandelen, afgestemd op hun specifieke behoeften, in plaats van een uniform kader op te leggen.
De 75 tegenstemmen en 28 onthoudingen zijn niet louter de uitdrukking van ideologische benepenheid. Ze vertolken een gerechtvaardigde bezorgdheid: dat individuele vrijheden worden opgeofferd op het altaar van de veiligheid. Maar wie tegen stemde, heeft geen geloofwaardig alternatief voorgesteld. Het akkoord weigeren betekende IJsland buiten het systeem laten, met het risico dat terroristen dat gat uitbuiten. De echte vraag is niet of er moet worden samengewerkt, maar hoe. Een onafhankelijk controlemeganisme, met onderzoeks- en sanctiebevoegdheden, zou de voorkeur hebben verdiend boven een loutere goedkeuring. Het Parlement had de oprichting van een dergelijk orgaan kunnen eisen alvorens groen licht te geven.
Door dit akkoord goed te keuren, stuurt het Parlement een signaal: samenwerking op het gebied van veiligheid is mogelijk, maar ze moet de regels respecteren. Dat signaal is belangrijk, maar het mag de gebreken van de tekst niet verbergen. Het akkoord voorziet niet in een bindende herzieningsclausule, wat betekent dat de waarborgen kunnen worden afgezwakt zonder dat het Parlement er iets over te zeggen heeft. Dat is een lacune die de parlementsleden hadden moeten rechtzetten.
Een veiligheidsakkoord goedkeuren is geen blanco volmacht: het is een verbintenis om de misbruiken ervan te bewaken.
Het Europees Parlement heeft groen licht gegeven voor het EU-IJsland-akkoord over de doorgifte van gegevens uit passagiersdossiers (PNR) met 532 stemmen voor, 75 tegen en 28 onthoudingen. Dit is geen blanco cheque voor massasurveillance: het is een bindend kader dat Reykjavik in staat stelt samen te werken tegen terrorisme en zware criminaliteit, terwijl het duidelijke regels oplegt. Maar de goedkeuring ontslaat ons niet van de plicht te onderzoeken wat dit akkoord de luchtvaartmaatschappijen en de passagiers werkelijk kost, en wat het had kunnen zijn als de logica van subsidiariteit had gezegevierd.
Het PNR-akkoord met IJsland is geen bureaucratische gril: het stelt de IJslandse autoriteiten in staat toegang te krijgen tot passagiersgegevens om terroristen en zware criminelen op te sporen. Zonder dit akkoord zou IJsland een gat worden in het Europese veiligheidsnet, een toegangspunt voor wie aan surveillance wil ontsnappen. Het Parlement had dus gelijk om goed te keuren. Maar let op: goedkeuring betekent niet dat de tekst perfect is. PNR-gegevens zijn een krachtig instrument, en zoals elk krachtig instrument kunnen ze verkeerd worden gebruikt. Het akkoord moet solide waarborgen bevatten, en het Parlement moet waakzaam blijven over de toepassing ervan.
Wat ontbreekt, is een expliciete kosten-batenanalyse. Luchtvaartmaatschappijen zullen hun systemen moeten aanpassen om deze gegevens door te geven, wat een niet te verwaarlozen kost betekent, in het bijzonder voor kleine maatschappijen. Die kost zal worden doorgerekend aan de passagiers, in de vorm van duurdere tickets of beperktere dienstverlening. Het Parlement had een effectstudie moeten eisen alvorens goed te keuren, om zeker te zijn dat de veiligheidsbaten deze kosten rechtvaardigen. Een benadering op basis van subsidiariteit zou erin hebben bestaan de lidstaten bilaterale akkoorden met IJsland te laten onderhandelen, afgestemd op hun specifieke behoeften, in plaats van een uniform kader op te leggen.
De 75 tegenstemmen en 28 onthoudingen zijn niet louter de uitdrukking van ideologische benepenheid. Ze vertolken een gerechtvaardigde bezorgdheid: dat individuele vrijheden worden opgeofferd op het altaar van de veiligheid. Maar wie tegen stemde, heeft geen geloofwaardig alternatief voorgesteld. Het akkoord weigeren betekende IJsland buiten het systeem laten, met het risico dat terroristen dat gat uitbuiten. De echte vraag is niet of er moet worden samengewerkt, maar hoe. Een onafhankelijk controlemeganisme, met onderzoeks- en sanctiebevoegdheden, zou de voorkeur hebben verdiend boven een loutere goedkeuring. Het Parlement had de oprichting van een dergelijk orgaan kunnen eisen alvorens groen licht te geven.
Door dit akkoord goed te keuren, stuurt het Parlement een signaal: samenwerking op het gebied van veiligheid is mogelijk, maar ze moet de regels respecteren. Dat signaal is belangrijk, maar het mag de gebreken van de tekst niet verbergen. Het akkoord voorziet niet in een bindende herzieningsclausule, wat betekent dat de waarborgen kunnen worden afgezwakt zonder dat het Parlement er iets over te zeggen heeft. Dat is een lacune die de parlementsleden hadden moeten rechtzetten.
Een veiligheidsakkoord goedkeuren is geen blanco volmacht: het is een verbintenis om de misbruiken ervan te bewaken.